21 februari 2020

Huurprijsverhogingen bij sportaccommodaties; let op de spelregels!

Het is verschillende sportverenigingen de afgelopen maanden koud op het dak gevallen; de huurprijzen van sportaccommodaties zijn in een aantal gemeenten fors opgeschroefd. Een huurprijsverhoging kan grote gevolgen hebben: sportverenigingen moeten bijvoorbeeld hun contributie verhogen. Dit kan ervoor zorgen dat leden weglopen, iets dat volledig in gaat tegen de ambitie in Nederland om meer mensen aan het sporten te krijgen.

Mogen verhuurders van sportaccommodaties zoals gemeenten hun huurprijzen zomaar verhogen? Lees hieronder meer…


Prijsverhoging op grond van de huurovereenkomst

De inhoud van de huurovereenkomst voor de sportaccommodatie is in beginsel bepalend voor de vraag of een huurverhoging toelaatbaar is. Het uitgangspunt van het huurrecht is namelijk dat de huurder mag vertrouwen op de uitvoering van de huurovereenkomst en hier ook zijn financieel beleid op mag baseren.

Onderscheid dient gemaakt te worden tussen huurovereenkomsten met een prijsindexeringsclausule en huurovereenkomsten met andere bepalingen ten aanzien van de (verhoging) van de huurprijs.

Indien in de huurovereenkomst een prijsindexeringsclausule is opgenomen, mag de huurprijs in beginsel slechts éénmaal per jaar verhoogd worden met de prijsindexering, daarbuiten is huurprijsverhoging niet mogelijk.

Daarnaast kan bij verhuur door een gemeente in de huurovereenkomst ook afgesproken zijn dat de huurprijs jaarlijks door de gemeenteraad wordt vastgesteld. Gemeenten zijn dan in beginsel bevoegd om de huurprijs jaarlijks aan te passen.

Ook is het mogelijk dat partijen een vaste huurprijs hebben afgesproken zonder mogelijkheid tot huurprijsverhoging. Verhuurders mogen de huurprijs dan niet zonder meer verhogen, nu de overeenkomst hier geen grondslag voor biedt.

 

Uitzonderingen; toch huurprijsverhoging mogelijk

Afwijking van hetgeen in de huurovereenkomst bepaald is, is wel mogelijk indien sprake is van onvoorziene omstandigheden. Hiervan is sprake als de huurder in redelijkheid niet mag verwachten dat de huurovereenkomst en de daarin bepaalde huurprijs in stand wordt gehouden. Uit jurisprudentie volgt trouwens dat er in ieder geval geen sprake is van een onvoorziene omstandigheid, indien bijvoorbeeld een gemeente te maken heeft met een bezuinigingsopgave.[1]

Een andere mogelijkheid op grond waarvan verhuurders mogen afwijken van hetgeen in de huurovereenkomst bepaald is, is indien er sprake is van scheefgroei tussen de huurprijs en het verhuurde als gevolg van prijsstijgingen van onroerende zaken. Hierbij geldt wel dat het dient te gaan om een zeer langdurige periode waarbij de huurprijs vrijwel op gelijk niveau gehouden is en de huurprijs na indexering verhoudingsgewijs zeer laag blijkt te zijn.[2]

[1] Rechtbank Rotterdam, 17 januari 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:2346, r.o. 4.7.

[2] Rechtbank Zutphen, 6 juni 2012, ECLI:NL:RBZUT:2012:BW8073, r.o. 5.6.

 

Frank van Schendel, advocaat Huurrecht bij Bouwrecht, huur en koop
Sectie Vastgoed & Overheid
E-mail: vanschendel@marxman.nl / Telefoonnummer: 033 450 8000

Amber Nieuwkamp, juridisch medewerkster bij Bouwrecht, huur en koop
Sectie Vastgoed & Overheid
E-mail: nieuwkamp@marxman.nl / Telefoonnummer: 033 450 8000